Portaal:Omgang

Uit Ouders en jeugdzorg
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Introductie omgangsregeling

Wanneer u iets wilt veranderen aan de omgangsregeling , moet u eerst voor uzelf duidelijk hebben in welke situatie u nu zit, welke gezagssituatie voor u geldt en wat u precies wilt veranderen (en waarom).

Hieronder een opsomming van gebruikte begrippen en voorkomende situaties met bijpassende hulpvragen. Bijvoorbeeld hoe zit het met het recht van een niet-ouder (bijvoorbeeld stiefouder of grootouder) om omgang met een kind te hebben? In het onderstaande artikel staat dit uitgelegd:

Wanneer heeft een niet-ouder recht op omgang met een kind?


Voor ouders gelden de volgende mogelijkheden:

Geen maatregel

Indien er geen sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel gaan de gezaghebbende ouders over de verdeling van de omgang. Eventuele betrokken hulpverleners (vrijwillig kader) kunnen adviseren maar hebben mogelijkheden tot het vaststellen van de omgang.

De verdeling van de omgang wordt vastgesteld in een ouderschapsplan en/of uitgesproken middels beschikking door de rechter.

Wanneer de ouders er samen niet uitkomen om tot een verdeling van de omgang te komen, kunnen beide ouders een beroep doen op de rechter. De omgang zoals die door de rechter in dat geval wordt uitgesproken, is dan leidend.

Vanaf 12 jaar hebben kinderen een stem in de verdeling van de omgang. De kinderrechter zal de kinderen dan ook uitnodigen om van hen zelf te horen wat voor wens de kinderen hebben. (Dit gesprek tussen de kinderen en de kinderrechter vindt plaats zonder dat daar een ouder bij is. Indien gewenst kan een kind een vertrouwenspersoon meenemen)

Vanaf 16 jaar mogen kinderen zelf bepalen hoe zij de omgang met hun ouders willen invullen.


Ondertoezichtstelling

Een ondertoezichtstelling (OTS) is een gezagsbeperkende maatregel. De omgangsregeling zoals deze is vastgesteld in ouderschapsplan en/of gerechtelijke beschikking blijft leidend. De jeugdbescherming kan en mag niet eigenhandig gerechtelijke uitspraken wijzigen.

Wel kan de jeugdbescherming overgaan tot het afgeven van een schriftelijke aanwijzing. Middels deze schriftelijke aanwijzing wordt de rechtbank op de hoogte gesteld van doorgevoerde wijzigingen en de achterliggende redenen. Wanneer je als ouder het niet eens bent met de wijzigingen in omgang zoals beschreven in de schriftelijke aanwijzing, kan je dit door de kinderrechter laten toetsen middels een verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing. Dat verzoek moet binnen twee weken na ontvangst aan de rechtbank kenbaar gemaakt worden. U heeft daarvoor geen advocaat nodig.

Bij een ondertoezichtstelling komt het kind onder toezicht te staan van een jeugdzorginstelling (meestal Bureau Jeugdzorg), die een gezinsvoogd aanstelt. Het gaat om de opvoeding van het kind, waarbij het gezag van de ouders wordt beperkt. Bij een omgangsondertoezichtstelling gaat het om een ondertoezichtstelling met als doel omgang tussen het kind en de uitwonende ouder tot stand te brengen. Zie omgangsondertoezichtstelling.

Ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing

Wanneer een kind uit huis geplaatst (UHP) is, heeft de jeugdbescherming de taak om zorg te dragen voor een omgangsregeling met de ouders. Deze omgang kan variëren van een uur onder begeleiding tot langere periodes zonder begeleiding thuis met overnachting.

Wanneer er sprake is van begeleide bezoeken dan moet de jeugdbescherming de redenen daarbij onderbouwen. Ook dient er een plan met meetbare doelen opgesteld te worden voor de periode die de begeleide bezoeken duurt.

Wanneer er geen sprake is van begeleid bezoek, dient de jeugdbescherming aan te geven waarom de door hen opgestelde frequentie het meest wenselijk is.

Wanneer u het niet eens bent met de door de jeugdbescherming opgestelde omgangsvorm, kunt u de kinderrechter vragen om een andere omgangsregeling vast te stellen. Deze gerechtelijke uitspraak wordt daarna leidend.


Geen gezag (nooit belast met gezag)

Wanneer u wel het kind erkend hebt bij de geboorte maar geen gezag hebt aangevraagd, is dit van toepassing.

Wanneer u getrouwd bent ten tijde van de geboorte, krijgt u als vader automatisch het gezag toebedeeld. U heeft dan recht op omgang en informatie, tevens moet u bij belangrijke beslissingen geconsulteerd worden door de moeder en/of gezinsvoogd (bij gezag moeder) of de voogd (bij geen gezag moeder).


Geen gezag (ontheffing/ontzetting)

Wanneer er sprake is van ontheffing of ontzetting uit de ouderlijke macht, wordt er een voogd aangesteld voor uw kind. Dat kan een medewerker van de jeugdbescherming zijn, maar het kan ook een ander zijn (familie, pleegouder etc.)

De voogd bepaalt hoe de omgangsregeling er uitziet qua duur, frequentie, locatie, omgangsvorm (wel of geen begeleide omgangsregeling).

Ook moet de voogd onderbouwen waarom de door hem/haar opgestelde omgangsregeling het meest wenselijk is voor het kind.

Wanneer u met uw voogd niet tot overeenstemming komt over de omgangsregeling, kunt u zich wenden tot de kinderrechter.


Geen gezag (onder curatele)

Wanneer u onder curatele gesteld bent, houdt dat in dat u handelingsonbekwaam bent. Handelingsonbekwaam zijn betekent dat u ook geen gezag over uw kind kunt uitoefenen. Er wordt een voogd aangesteld om de beslissingen te nemen die normaliter door de gezagdragende ouder worden genomen.

Wanneer u onder curatele gesteld bent en u krijgt een kind, wil dat niet per definitie zeggen dat u het niet kunt opvoeden. Wanneer het kind niet thuis kan blijven wonen, wordt door de voogd bepaald hoe de omgangsregeling eruit ziet.


Klik hier voor mogelijke situaties en de bijbehorende hulpvragen en routes.